Als ik het bed uitstap voelt het hoofd zwaar. Slikken heeft nog het meest weg van het aantrekken van een te strakke spijkerbroek en mijn benen zouden niet misstaan in het assortiment van dokter Oetker. Zij blijft liggen vandaag. Al drie dagen is het niet veel soeps, maar naast een ontstoken oor, een lichte verkoudheid en algemene lamlendigheid is nu ook misselijkheid aan de diagnose toegevoegd. Een kus op haar voorhoofd veranderd daar niets aan. Ik ga dus alleen.
Voor de laatste keer dit seizoen laad ik de hele poppenkast in. De wielen, het frame, de helm, de schoenen inclusief earocovers, de fietspomp, de gereedschapskist en – en dat is nieuw – een Tacx inclusief Tacxwiel. Het is een wonder dat het nog steeds past in ons gemotoriseerde koekblikje. Ik check alles een laatste keer en merk daarbij op dat ik het snelpak al aan heb (de oplettende lezer had dat natuurlijk al gemist in de eerdere opsomming). Ik kan vertrekken.
In vroeger tijden was Noordeloos ongetwijfeld lastig te vinden, maar mijn digitale bijrijdster werkt op satellieten, niet op een kompas, en dus kom ik zonder oponthoud tijdig op de plaats van bestemming. Nadat het rugnummer is opgehaald rijd ik naar een nabij de startlijn gelegen parkeerplaats en laad de hele kermis uit. Oom Erwin heeft slecht weer voorspeld, maar tot op heden is er een waterig zonnetje aan de hemel, en dat geeft de burger moed.
Maar op het moment dat mijn twee trouwste fans arriveren vindt Pluvius het mooi geweest, om het eens Brucoïaans te duiden. Met een vest om de schouders sta ik aan de start te schuilen onder de paraplu van de man die meer kan dan op zondag het vlees snijden. Moederlief keuvelt wat met een klasbak die geveld door een hevige verkoudheid met een camera in de hand de wedstrijd van de zijlijn gade slaat. Morgen hopelijk beter, waren zijn optimistische woorden.

De rit is kort en hevig, net als bui die is losgebarsten vlak voor het vertrek. De regen slaat op de bril neer, en het zich is slecht. Takken en plassen liggen op de weg en door elkaar en de wind is striemend. De eerste bocht ga ik glibberend door. Als ik de odometer moet geloven ben ik stilgevallen. Er prijkt 0,0 op de display. Het zal wel. Direct na de tweede bocht krijg ik een nieuweling in het vizier. D’r op en d’r over. Daarna draait het parcours wind mee. Op de 53:13 gaat het hard, maar toch niet soepel. Op karakter gaat het laatste stuk tegen de wind terug. Ook mijn lijf is niet top vandaag.

Na de finish linea-recta naar de oto. De spullen er snel in en weg hier. Ik ril, en snotter. Wat een weer. Volgend jaar hopelijk beter…