Secondewerk

June 10th, 2010

Het was drukkend warm vanavond. Vooral de luchtvochtigheid droeg bij aan instant zweet op de rug en het voorhoofd. Er stond weinig wind, maar het lag gezien de warmte en vochtigheidsgraad in de verwachting dat er weinig pr’s gereden zouden worden. Het wegdek was nog nat van de buien eerder op de dag.

Over de rit kan ik kort zijn: Goed ingedeeld, pijn geleden (zoals het hoort), goed door de bochten (zeker gezien het natte wegdek), en een mooie klassering. Tiende met 21:12. Dat is mijn snelste tijd dit seizoen. Ik bleef hiermee m’n trainer De Wit één seconde voor. En van de vele Hansen die onze vereniging rijk is moest ik op éénzelfde seconde voor laten. Goed voor plek tien van de tweeëntwintig. Ook al mijn relatief beste klassering dit seizoen. We gaan dus vooruit!

Ja, er stond zelfs een fotograaf langs de kant van de weg…

Van-der-Poeltje

June 4th, 2010

Ik doe het niet alle dagen. Met m’n karretje aanpikken in het peloton. Sterker nog: het was de vierde keer dit seizoen pas. Vandaag wel. De zon scheen, er stond een frisse matige noordwester, en het parcours lag er mooi bij.

Aangespoord door de Rups werd het een Van-der-Poeltje*. Nu ben ik bekend met dit fenomeen, maar dit was meer een Van-der-Poel. Vanuit Delft – er moest ook nog gewerkt worden natuurlijk – via Leiden naar Nes aan de Amstel, was toch goed voor een dikke zestig kilometer warming-up, en op de terugweg restte nog bijna veertig kilometer cooling-down.

Maar het was het waard. Gebroederlijk met de Rups peddelt door het Groene Hart. Zon op de witte ledematen. Ter plaatse waren de Stormram en de Doove al aanwezig.  Laatste behoort tot het A-garnituur en zou ons in koers niet vergezellen.

Nadat de Doove was weggeschoten, schoven de Stormram, de  Rups en ondergetekende zich keuring naar voren. En zo kon het gebeuren dat we gedrieën zo ongeveer op de startlijn stonden. Dat deden we in het verleden wel eens minder.

Toen eenmaal voor ons het startsein klonk was het verrassend om te merken dat ik niet in no-time achteraan reed. Voor de wind handhaafde ik me zelfs vrij aardig voor in. De Rups had me op het hart gedrukt bij het fietspad vooraan te zitten. Nou ik ging m’n best doen!

Na dat de Stormram er de beuk aan gaf, was dat handhaven al een stuk minder vanzelfsprekend. Zijlen werden bijgezet, en hier en daar ging een positie verloren. Nadat het volledige peloton de bocht om en op de kant ging, zat ik nog aardig. Zát, totdat – niet veel later – een coureur een poging deed om van zijn fiets een projectiel te maken.

De Rubs en ik konden daar nog redelijk om heen sturen, maar waar de Rubs zijn plekje in de trein wist te heroveren, bleef ik vol in de wind naast de trein rijden. Mijn hartslagmeter werd roder en roder en de staart van het peloton kwam rap in zicht.

Bij het ingaan van de bocht het fietspad op was er een gaatje. De renners voor me moesten passen, en alleen kreeg ik het ook niet meer dicht…

Daar  zat ik dan: Nog niet halverwege het eerste van de drie rondjes. Alleen met m’n bakkes vol in de wind achter het peloton aan te rijden. Weemoedig dacht ik aan m’n martelwerktuig. Wellicht dat ik daarmee de gat met het voortdenderende peloton had kunnen dichten. Nu restte mij niets dan een straftraining tot de finish.

vanaf de zijlijn volgde ik de verwikkelingen van m’n maten in hun tweede en derde ronde. Ze handhaafden zich beide keurig. De Doove deed het in het A-peloton vergelijkbaar goed.

Op de weg terug begonnen de benen rond Woubrugge leeg aan te voelen. Het begon een beetje te malen in mijn hoofd. Waar was het mis gegaan? En was dat nu wel zo verstandig geweest, zo’n Van-der-Poeltje? Was die man niet heel vaak overtraind geweest…

Lekker

June 1st, 2010

Een weldenkend mens gaat niet op een doordeweekse dag proberen om vanuit Delft naar Wezep te reizen in de spits. Een weldenkend mens niet. Die denkt. Die denkt: over Den Haag, naar Utrecht, en dan naar Apeldoorn en dan richting Zwolle… Dat gaat h’m niet worden.

Enfin, ik stond dinsdagavond natuurlijk wél in Wezep. Het plan was met m’n liefje, maar die moest op stel en sprong van haar werkgever kijken of het na de laatste fratsen van Kim Jong-il nog goed toeven was in het buurland. Ik was duidelijk niet alleen, en er waren vele bekende gezichten. De Waarzegger, de Broer van de Schaker, en de Beer van Den Haag waren de meest in het oog springenden. Laatstgenoemde had een vergelijkbaar ondoenlijk traject afgelegd, zij het dat zijn werkterrein in de hoofdstad was gelegen.

De lokaal bekende Waarzegger en de Broer van de Schaker wisten te melden dat dit een glooiend parcours was (80 hoogtemeters, toe maar). Sommigen namen de startvolgorde nogal serieus, en zo kon het gebeuren dat ik 30 seconde startte voor de Beer uit Den Haag, en dat de Waarzegger de Broer van de Schaker ging pogen te verschalken.

Voor de verandering reed ik goed warm, en dat leek zijn vruchten af te werken. Vanaf de start ging het lekker. Vermogen en hartslag zat goed, en de teller liep op tot dik boven de 45 km/u. Er was geen weinig wind (het was sowieso lekker weer), dus de conclusie was dat er dan toch wat hoogte verloren werd. Dit vermoeden werd bevestigd toen de snelheid langzaam zakte richting de 33 km/u. Ik schakelde netjes op en af. Het vermogen bleef stabiel op zo’n 280 Watt, net als de trapfrequentie op zo’n 100 rpm.

Bij het keerpunt kreeg ik de schrik van mijn leven. De Beer kwam dichterbij. Het was dé prikkel die ik nodig had om nog net een tandje op te schakelen. De hartslag ging nog een paar slagen verder boven omslag. Trappen kreng, je gaat je niet laten verslinden door de Beer. Uit een eerdere ontmoeting wist ik hoe hij er op stoom gekomen uitziet.

De ‘beklimming’ ging op de terugweg weer goed, en tijdens de daling tikte ik zelfs de 52 km/u aan. Volledig uitgewoond maar niet ingestort in een ook niet slechte tijd: 23:07 bleef ik de Beer voor. Nu ja, op de meet dan. Hij was wel wat ingelopen. Maar dat deert niet, hij is meestal net iets sneller, en deze tijdrit ging voor de verandering weer eens echt lekker!

Na afloop liet ik mij de maaltijd die mijn schoonouders (zij wonen in de buurt) voor me gemaakt hadden goed smaken. Ze hadden zelfs met eten gewacht tot ik eens om 21:00 kwam aanzetten! Aardappelen, asperges, ham, ei, glaasje witte wijn, komkommer en salade.  Mjammie! Wat wil een moe gestreden renner nog meer? Met een gevulde maag reed ik weer naar huis, en wegens het ontbreken van files op dit tijdstip lag ik toch nog bíjna op tijd in bed…

Vijfbuien

May 31st, 2010

Het was me het dagje wel. Om zes uur liep de wekker af. M’n meisje verliet met pijn en moeite ons bed (van mij mocht ze blijven liggen). Ze ging een stukje fietsen met een vriendin in België. Ik draaide me nog even om. De koerst wordt gewonnen in bed. Volgens Joop dan…

Niet dat ik lang bleef liggen. Bruco zou weldra op de stoep staan. Een en ander werd dus bij elkaar gescharreld. Er werd voor de verandering zelfs een serieus ontbijt naar binnen geschoffeld. Het zou waarschijnlijk een lange dag worden.

Het was even passen en meten, maar uiteindelijk lukte het om alle wielen, fietsen tacxen, tassen met kleding en de benodigde proviand  in de Brucomobiel te proppen. Daarna was het aansluiten in de file. Van A naar Beter heet dat. Welnu, wij weten wel … Onder het genot van Bruco’s mpdrietjes kregen wij de eerste bui op ons dak.

De tweede bui volgde niet veel later. Mede dankzij ons fileleed stressten wij ons een ongeluk richting de start van de proloog. Daar ter plaatste werden wij niet alleen getrakteerd op een nieuwe lading vers hemelwater, nee ook werd ons verstaan te geven dat het programma inmiddels vijf kwartier was uitgelopen. Zucht…

De lucht klaarde echter wat op, dus dat gaf hoop voor de proloog. We reden ons gebroederlijk warm. Naast Bruco bestond ons team uit de Beul, VDB én Rapido. De Zigeuner liet verstek gaan, naar wij aannemen om getuige te zijn van tweevoudige gezinsuitbreiding. Gedoogsteun was er voor twee wielertoeristen, ondanks dat een van hen eerder als concurrent gezien zou moeten worden.

De derde bui kwam echter alsnog. De eerste amateurs van B garnituur – vergezelt van  door de Masters 40+ – waren net van het startplatform weggereden of het regende weer.  Dit kwam de snelheid niet ten goede. Het was glibberen door de bochten, allen op klinkers gelegen. Het eerste keerpunt was helemaal crisis. Dat lag volledig op wit geschilderd asfalt. Toch ging het met mij goed. Mijn tijd lag dicht bij m’n ‘ijkpunten’ (VDB, Rapido en de wielertoerist) en ik kon zowaar iemand inhalen. 14:29 nog iets. Een gemiddelde boven de veertig kilometer per uur ondanks de regen, twee keerpunten en de stukken over klinkers.

Het overbruggen van de tijd tot het criterium werd net als vorig jaar ingevuld met een rondje over de busbaan naar Haarlem. Ook het stukje terug over het grindpad was vertrouwd. Zelfs het wachten op het startschot was net als vorig jaar: lang wachten.

Langzaam maar zeker kwamen de renners weer terug bij de start. Het criterium zou dan eindelijk beginnen. En of het was afgesproken kwam terstond met bakken uit de hemel. Renners keken elkaar aan: opstappen? Met dít weer? Bruco verbrak de ontluikende muiterij en gaf zijn witte dame de sporen. Slaafs fietste ik er achteraan. Regen en wind trotserend.

Een flinke donderslag deed de jury besluiten de start nog wat verder uit te stellen. De schemer viel al bijna in toen daadwerkelijk het startsein klonk. Een renner voor mij ging bijna op zijn plaat tijdens de start en zo reed ik al snel achter de feiten en het peloton aan. Het was glibberen door de bochten en sturen om de putdeksels en plassen heen. Langzaam maar zeker raakte ik weer tussen de wielen, en ontwaarde ik Bruco (mijn andere strijdmakkers waren in geen velde of wegen te bekken).

Ik kreeg zowaar een beetje moraal. Totdat Bruco te kennen gaf er klaar mee te zijn en ik een makkelijk excuus had om ook aan het bier en een vette bek te gaan. En zo geschiedde.

In de auto terug naar Leiden bespeurde ik een laatste bui: die van Bruco zelf. Man o man, onze immer goed gemutste, vol goesting , hardwerkende polderharker was er goed ziek van. Een regenjas was geen overbodige luxe geweest. Volgend jaar beter naar ik hoop…

Testpiloot

May 27th, 2010

We nemen een ex-prof, een fotograaf, een redacteur, een stagair, vier tijdritfietsen en een tijdritjunk. We plaatsen ze net even buiten Goirle op een fietspad en laten ze testpilootje spelen. Als bladvulling voor Fiets magazine.

Ze rijden wat heen en weer. Proberen een soepele bocht te nemen, wisselen van pedalen en zadelhoogte en nemen vervolgens de volgende.

Mijn persoonlijk rapport:

Canyon Speedmax AL 8.0 (1499 euro)
Bij mensen met een onmetelijk grote beurs, anti-Duitse gevoelens, en/of een voorliefde voor poespas zal deze fiets niet snel in huis komen. Ten onrechte. Hij is stijf, goedkoop, ziet er imho geweldig uit, stuurt zeer behoorlijk en is zeer aerodynamisch. De afmontage is niet super, maar daar is de prijs dan ook naar. Voor 500 euro meer heb je een earo-crankstel én volledig ultegra. Eindcijfer: 8.

Giant Trinity (1599 euro)
De Giant is het ‘lelijke’ broertje van de Trinity Advanced (de consumentenversie van waar Team Highroad en Rabobank mee rijden). En hoewel sloping frames not-done zijn bij tijdrijden, is het zeker geen verkeerde fiets. Met een FSA aero-crankstel en als enige van de geteste fietsen velgen van enige hoogte zeker een mooi exemplaar. Aangezien hij net als de Canyon ook nog is scherp geprijst is, maakt hem een serieuze optie. Het sturen vond ik wel wat minder. Eindcijfer: 7½.

Cannondale Slice 105 (2199 euro)
Van Cannondale kwam het enige carbonframe dat we mochten testen. Hij stuurt goed (vergelijkbaar met de Canyon), en ‘voelt’ snel. De basiskleuren (gifgroen) konden mij niet bekoren. Ook de zitbuisconstructie is wat gekunsteld. Het is een goede fiets, maar volgens mij geen betere keuze dan de aluminium fietsen. Wel is hij een stuk duurder. Daarom een 7 als eindcijfer.

Cube Aerium Race (1999 euro)
Deze fiets vond ik op het eerste gezicht al niets. De zitbuis is ronduit lelijk en voegt volgens mij niets toe. Ik kan me niet voorstellen dat de fiets er stijver of aerodynamischer van wordt. Er zit een duurdere crank op die niet zou misstaan op menig racefiets, maar op een tijdritfiets lijkt het me niet de meest logische keuze. Ook reed en stuurde hij minder dan de andere drie.  De prijs is zeker in dit licht bezien aan de hoge kant. Eindcijfer: 5.

Ik heb dit jaar vijf tijdritfieten mogen testen (eerder een Moozes). Op de Cube na allen prima fietsen. Alleen de Moozes (die wel een stuk duurder is) had als stuur (Pro Missile) dat lekker stijf en compact aanvoelde (de sturen van vandaag waren allemaal redelijk lomp). Ook zouden ze er een stuk sneller zijn (en beter uitzien) met snellere wielen. Nadeel is alleen dat je voor een diskwiel en earovoorwiel (zeg 35 mm plus) al snel 1000 euro kwijt bent, en dat zo’n Pro Missile stuur ook zomaar 300 euro plus is. Het blijft een dure liefhebberij…

Ik ben heel benieuwd hoe een en ander straks in Fiets terecht komt. Ik houd u op de hoogte als e.a. in de schappen ligt.

Nederigheid

May 26th, 2010

Zet mij tussen een stel vijftigplus toerders met oude stalen fietsen met opzetsturen, en ik lijk een hele snelle renner. Zet met tussen het startersveld van het District Kampioenschap Tijdrijden Zuid-Holland, en ik verschrompel tot een armzalig miezerig rennertje.  Negenenzestig renners reden drie rondjes in Lisse (de nieuwelingen deden er twee) en slechts drie minderjarige pubers (op waarschijnlijk duidelijk minderwaardig materiaal) reden langzamer. De rest maakte gehakt van mij en mijn tijd.

Bij de amateurs van het B garnituur viel het gelukkig wel mee. Ik werd vijfde en daarmee laatste, maar op 19,41 seconde van het podium. Een podium dat mij overigens met trots vervuld.  Mijn tijdritvrienden en clubgenoten VDB en De Zigeuner werden respectievelijk tweede en derde.

Met 303 Watt gemiddeld, en 39,21 kilometer per uur tel ik op dit bochtige parcours tel ik voorlopig m’n zegeningen. De weg omhoog is ingezet. Wellicht wordt het nog wat dit seizoen. En anders is er altijd nog 2011…

Tja

May 20th, 2010

Woubrugge vanavond. Tweede ronde Swift Time Trials. Cijfers liegen niet:  Gemiddeld 316 Watt, tijd 21:40 (gemiddelde 39,88 km/u). Niet meer over hebben.

N.B. Die SRM vergt nog wat interpretatie: gisteren 248 Watt, nu 316 Watt  en gemiddeld even hard.

Uitstekend

May 19th, 2010

Gisteren stond de tweede ronde van de Zuid-Holland Tijdritcompetitie op het programma. Het is een mooi rondje (met waardeloos asfalt, dat weer wel) dat vier keer moet worden afgelegd.

Deze cijferfetisjist heeft wel wat geleerd. Minder kijken (op de tellertjes), meer trappen (248 Watt gemiddeld is echt te weinig).  Gemiddelde snelheid was onder de 40 kilometer per uur. Alleen mijn helm was uitstekend…

Martelwerktuig

May 11th, 2010

Vriend H. (en collega) loopt onze werkkamer binnen. Zegt tegen een collega H. J. (en vriend):
- Google eens op ‘martelwerktuig’. Op pagina vijf kom je dan een heel gek plaatje tegen.

Nu ja zeg, wat is daar zo gek aan? Tijdrijders hebben nu eenmaal koosnaampjes voor een tweewielers. Het is toch veel gekker dat er mensen zijn (die ik ken) die op ‘martelwerktuig’ zoeken?

Polderen

May 9th, 2010

Gisteren reed ik mee tijdens de Polderkampioenschappen Tijdrijden. Dat had nogal wat voeten in de aarde klei. Het betrof hier namelijk niet de polder om de hoek, maar de Noord-Oostpolder. Een gebeidsdeel in dit land dat bij ontginning niet buitensporig is bedeeld met openbaar vervoer gelegenheden. Normaal gesproken zou ik daar met de oto heen gaan, maar vriendinlief had deze geclaimd. Ze zou starten in de Giro te Amsterdam (de toertocht, maar toch) en zeg dan maar eens nee.

Na veel wikken, wegen, en compromissen sluiten was het plan dat ik met de fiets naar Lopik zou rijden, aldaar een oto van m’n ouders/broer zou lenen, om de reis voort te zetten. Op de terugweg zou ik de oto weer achterlaten en het laatste deel weer per fiets afleggen.

Schoonzus had echter een compu met panne, en deze moest gerepareerd.  Aangezien deze niet in de rugzak mee terug kon, werd ik opgehaald. Geen twee uur D1 ter voorbereiding dus. Ik ben flexibel – naar het schijnt – dus het kwam goed.

Ter plaatste reed ik in door wat kilometers asfalt te pakken. Het is weer wat anders dan een Tacx, maar ook die past niet in een rugtas.

Het was gemoedelijk in de Noord-Oostpolder. Ik ontmoette er meerdere (internet) bekenden. En had voor het eerst sinds lange tijd een goed gevoel bij m’n vorm.

Toch liep het tijdens de wedstrijd maar matig. Met de hartslag zat het wel goed. Voortdurend rond de 171, dus een redelijke hap boven omslag. Hoger wilde hij niet. De snelheid viel tegen, net als de cadans.  Ondanks verwoede pogingen vond ik nergens een lekkere trend en was het harken ploegen tot de finish. Pluspunt was dat ik compleet kapot over de finish kwam. Ik had niet het gevoel ergens meer te kunnen geven.

Met 23:18 bleef ik mr. tijdrijden.nl 7 seconde voor. Toch ook een persoonlijke overwinning. Voor een overwinning in mijn categorie had ik meer dan twee minuten rapper moeten rijden. Dream on…

Na afloop nog gezellig staan praten met m’n medestrijders. Zelfs als je niet goed rijdt, maakt dat je dag weer helemaal goed. Het is toch ook vooral een sociale bezigheid, dat tijdrijden.

Helaas werd ik op de weg naar huis bevangen door een heftige migraineaanval. Anderhalf uur vechten tegen misselijkheid, duizeligheid, en hoofdpijn. Gelukkig wilde m’n liefje me bij m’n ouders ophalen.