Afzien

De hele week was het prut weer. Regen, wind, en verre van warm. Maar Erwin had mooi weer belooft voor het weekend, dus daar klampte ik me maar aan vast. Tijdens m’n laatste training (woon-werk verkeer Leiden-Delft) was van deze verbeteringen echter niets te merken. Bij thuiskomst oogde mijn fiets als het slachtoffer van een zware crosswedstrijd.

Het is altijd leuk om bekenden tegen te komen – voelt vertrouwd – dus toen ik zondagmorgen Gabrielle en Peter (voor de niet ingewijden, haar vriend) in-the-middle-of-f#ck!n’-nowhere aantrof vlak voor de start was dat een geruststellende bevinding. Nu kwam het niet als een verrassing: Tijdens het CK tijdrijden hadden we het er al over gehad, maar een mens kan zich bedenken, zeker als het over zo iets dwaas gaat als deze monstertijdrit. Een goede schaakvriend van mij (al was me zijn naam op de startlijst niet opgevallen) koos er deze ochtend in ieder geval voor om lekker in zijn warme bed te blijven liggen.

Het weer dat door Erwin belooft was viel wat tegen: op de weg er naar toe vielen er nog wat buitjes, de wind was weliswaar minder hard dan gemiddeld in de polder maar duidelijk nadrukkelijker aanwezig dan voorspeld. En bovendien lag er nogal wat bagger zo hier en daar op het parcours. En het was nog steeds fris.

Aangezien ik geen ambitieuze eindtijd had opgegeven bij de organisatie mocht ik al als zesde starten. En dan zit je op de fiets, je moet nog 123 km (het rondje was stiekem 41 km lang) en je hebt geen idee waar het schip zal stranden. Tot overmaat van ramp koos ik een afslag te vroeg bij de eerste bocht. Hierdoor reed ik 1 km om, en sloot achter de nummer acht op de startlijst weer aan. Er was echter ook een lichtpuntje te bespeuren: ik had een lekker tempo gevonden en de hartslagmeter gaf een constante 156 bpm aan, dat was wat ik had beacht, en het voelde goed en makkelijk.

Na de ‘beklimming’ van het viaduct was er sprake van een goede wind mee en de snelheid liep duidelijk op (in mijn geval tot bijna 40 km/u, bij de kleppers tegen de 50 gok ik zo). De van te voren geselecteerde Monsterious Noice (Metallica, System of a Down, e.a. goedbedoelde up-tempo teringherrie) hielden het moraal hoog. De zon brak langzaam door. Iedereen was gelukkig.

Het eerste rondje ging voorspoedig – zeker gezien de kleine omweg in het begin – en ik had al een aantal mensen die voor mij gestart waren ingehaald. Het tweede rondje ging in het zelfde lekkere tempo door. Voor de wind ging het iets minder hard, maar alles binnen de marge, en het lijf voelde goed. Door een vergissing van de bevoorradingsploeg miste ik mijn zakje met eten. Nu ja, niet getreurd, ik had twee gels bij me, en er kwam nog een bevoorrading aan.

Tijdens het tweede lange stuk wind tegen begon ik de eerste vermoeidheid te merken – maar hé, ik had er al weer 75 km op zitten – dus zorgen maakte ik me nog niet. Daarnaast voelde ik me gesteund door Peter die langs het parcours stond en me aanmoedigde.

Het laatste rondje was echter andere koek. Hoewel ik de bevoorrading nu niet miste, ging het voor de wind duidelijk minder hard, en de benen begonnen leeg aan te voelen. Het stuk erna ging beter dan de rondes ervoor dus een voorzichtige conclusie was dat de wind gedraaid moest zijn. Halverwege dit rondje begon het grote aftellen en het gevoel dat die laatste 20 km nog heeeeeeel ver was. De hartslag daalde, net als het tempo en de laatste kleppers reden me voorbij. Nog 15 km, oh mijn niet bestaand opperwezen, wat is het nog ver. Nog 13 km, diet schiet niet op…

Na de laatste bocht ging het licht definitief uit, en bij gebrek aan zaklantaarn, harkte ik op het binnenblad de laatste lange 5 km verder. De snelheid was inmiddels onder de 25 km/u gezakt en zakte rustig verder. Ik overwoog serieus om de laatste 3 km niet meer te fietsen, maar zag er vanaf om af te stappen omdat ik bang was dat de benen het dunne lijf niet meer zoude kunnen dragen. Met een beschamende 21 km/u rolde ik als een uitgeknepen/perste sinasappel over de finish. Ik had het gehaald?!

M’n geliefde stond genietend van de zon op me te wachten. Ik mompelde nog iets als: “alles doet pijn”, en “volgend jaar weer!”. Ik had het monster verslagen, maar het had mijn denkvermogen duidelijk aangetast…

Van Peter begreep ik later dat Gabrielle twee keer lek had gereden en na de tweede keer besloot af te stappen. Jammer voor haar, want het ging zeer lekker begreep ik.

Tijden

1:16:37 32,20 km/u (ronde 1)
1:15:05 32,86 km/u (ronde 2)
1:22:07 30,05 km/u (ronde 3)
3:53:49 31,66 km/u (totaal)

p.s. de organisatie meldt op haar site een tweede ronde van 1:25:05, dit is niet juist. getuige ook de dan verkeerde totaal tijd.

Leave a Reply