Vrijwillig

Drommen filosofen hebben zich het hoofd gebroken over de vrije wil van de mens. Waarom maken we de keuzes die we maken. Waarom reizen sommigen met een camper vol bier af naar Carrefour de l’Arbre af om daar – verkleumd van de kou – hun helden toe te schreeuwen? En wat bezielt anderen om in die zelfde kou, met hun snufferd tegen de wind een rondje (een hele grote rechthoek) door de Flevopolder te rijden?

Is dat uit vrije wil, of zijn er hogere machten in het spel? Kwelgeesten, die ons mensen allerlei waanideeën influisteren: je kan harder, zie af, je bent nog lang niet moe genoeg. Of is het zo dat we ons geen voorstelling wensen te maken van welk lijden ons nog te wachten staat, en tuimelen we er keer op keer met open ogen weer in?

Welk mechanisme het ook is, toen ik 1 december 2009 het plan wereldkundig maakte waar ik al ruim en jaar mee rondliep, kon ik niet bevroeden wat dit allemaal te weeg zou brengen. Maarliefst 110 renners planden een zondagochtend in om 40,8 kilometer lang zich het snot voor de ogen, en licht uit het hoofd te fietsen. Natuurlijk zaten daar redelijke mensen tussen, die op dit doldwaze plan terug kwamen, maar 78 van het verschenen aan de start.

Sterker nog, nadat ik samen met m’n vriendin 3 stopwatches, 1 laptop, 1 picknicktafel, 120 krentenbollen, 18 flessen cola, 18 flessen sinas, 8 pakken appelsap, 8 pakken sinaasappelsap, 100 plastic bekertjes (die spoorloos verdwenen lijken), 2 starlijsten, 2 bekers, 4 medailles, 2 leenfietsen, 1 leen-opzetstuur, had geregeld én een geweldige groep vrijwilligers had gevonden die ons allen veilig lieten starten, oversteken, finishen en met uitgebeten koppen op de digitale plaat vastlegden, kon ik zelf ook nog een rondje rijden.

Waar was ik aan begonnen? Dat was de gedachte die door mijn hoofd maalde toen ik wegreed. Door de organisatiestress (naast deze TijdstrijdersCup ook voor het Prinsenstad Toernooi het weekend ervoor) had ik al twee weken nauwelijks meer op de fiets gezeten. Tot overmaat van ramp had ik afgelopen dinsdag tijdens het opruimen van wat monitoren een spier in m’n nek verrekt. De last die ik hiervan ondervond was behalve wat pijn overdag, vooral dat ik ’s nachts wakker werd als ik me draaide. Maar er was geen weg terug.

Na 7 kilometer dacht ik nog:  ik rijd regelmatig tijdritten waar ik nu al weer binnen ben, zou dat nu niet heerlijk zijn? En, doe ik mezelf dit echt vrijwillig aan? Pas na het stuk met tegenwind, waar ik de snelheid met moeite boven de 30 kilometer per uur hield, gingen die gedachten weg. De omgeving begon weer vertrouwd aan te voelen. Toen ik de Vogelweg overstak – en een vrijwilliger een auto tot kalmte maande – keerde het in mijn hoofd echt om: oh, ik hoef maar een keer rond.

Voor de wind ging het niet onaardig. In eerste instantie zo’n 45 à 46 kilometer per uur, tegen het einde ruim 48 kilometer per uur met een piekje boven de 50. Toen de finish niet ver meer was perste ik het laatste uit me wat in mij was. De tijd was niet om over naar huis te schrijven (waarom blog ik er dan wel over?): 1:05:32. Ik reed hier al twee maal sneller, op één dag wel te verstaan.

Toch heb ik genoten. Zoveel gelijkgestemden bij elkaar. Dus ondanks alle zorgen vooraf, en het lijden op de fiets, zal ik me hier volgend jaar weer aan onderwerpen. Vrijwillig…

4 Responses to “Vrijwillig”

  1. Bruco says:

    Gefeliciteerd met dit fraaie staaltje vrijwilligerswerk! De Tijdstrijderscup staat op de kaart. En jij hebt, voorzover ik weet, nog een primeur: de eerste die in ons nieuwe clubtenue is gefotografeerd.

  2. [...] Corniels kijk op de wereld: lekker belangerijk… « Vrijwillig [...]

  3. [...] edele – edoch geen adellijke – achternaam heb, sloof ik zo nu en dan voor voor anderen, vrijwillig wel te [...]

  4. [...] slagen verder boven omslag. Trappen kreng, je gaat je niet laten verslinden door de Beer. Uit een eerdere ontmoeting wist ik hoe hij er op stoom gekomen [...]

Leave a Reply