Als de bergTimo niet naar Mohammed Aap komt, zal Mohammed Aap naar de berg Timo moeten gaan. En aangezien Aap zelf niet al te mobiel is, was het aan oom Corniel en tante L. om een en ander te bewerkstelligen.
De oto van oom en tante was echter ook bij Timo, dus er zat niets anders op dan zon, hitte, en windstilte (nu zowaar een nadeel) te trotseren. De route was 86 kilometer lang en leidde ons langs een bekende route: Leiden, Leidschendam, Nootdorp, Pijnacker, Delft, Schipluiden, Maasland, Maassluis, Rozenburg, Vierpolders, Voorne-Putten, Nieuwenhoorn, Stellendam, Melissant en eindbestemming Herkingen casa Timo.
Het was warm, dus tante en oom deden het op het gemakkie. Er werd zelfs een heuze stop ingelast om wat te eten en te drinken.
Uiteindelijk werken Timo en Aap weer verenigd (en hadden wij onze oto terug). En dat was het belangrijkste.
Afgelopen donderdag was mijn eerste serieus testcase sinds Amsterdam-Parijs. Een moment voor gerede twijfel: hoe was het met de vorm? Zou ik de snelheid nog hebben? Was ik hersteld?
Het bleek wonderwel mee te vallen: ik reed hard (voor mijn doen), en wist (we reden de ‘dubbel’) het tweede ‘rondje’ te versnellen: 40,24 km/u om 41,07 km/u. Dat alles bij gemiddeld 290 Watt.
Mijn eerste pr van dit jaar, en wel met 65 seconde. De weg omhoog is gevonden. Ik kijk met enthousiasme uit naar de tweede seizoenshelft. Hopelijk is dan pay-back-time!
Het is volbracht! Het was, zwaar, het deed pijn, maar bovenal was het een geweldige ervaring. Eentje waar ik nog lang, met heel, heel, heel veel plezier aan terugdenk. Ik denk niet dat ik dit (met gevoel voor understatement) snel nog eens zal rijden. Toch kunnen vriend I. en ik het elke fietser aanraden zo’n soort tocht éénmaal in zijn/haar leven te rijden.
SMS
Normaal gesproken ben ik niet van zo van de sms, maar nu was het toch verrekte handig. Om het thuisfront op de hoogte te houden – en om ons op te peppen – werden de nodige sms-jes heen en weer gezonden. Hierbij een overzicht. Uit praktische overwegingen heb ik niet alle sms-jes naar iedereen gezonden. (Voel je dus niet gepasseerd/beledigd als je slechts een kleine subset, of geen van onderstaande sms-jes hebt ontvangen)
14:42 – ikke: Delft
14:43 – Liefje: Tnx voor de update! Fiets-ze!
15:14 – ikke: Maassluis
15:44 – Liefje: V&D
15:57 – rehen (Bedoelde: regen)
15:59 – Liefje: Rehen? Waar is dat? Google maps kent het niet eens!
16:32 – ikke: Regen.. Nu ouddorp
18:48 – ikke: Vlissingen!
18:56 – AW: Nog maar een klein stukje dan Geniet er van!
18:58 – ikke: Lol. Zal ik doen.
19:43 – ikke: Breskens. Eten! Parijs is nog ver…
21:36 – ikke: Belgie!
21:37 – Liefje: Amsterdam-Zuid!
21:38 – JC: Zet hem op! De een na laatste loodjes. Gelukkig blijft het lang licht. Succes
21:42 – Postduif: Gaat goed, hou je I. een beetje uit de wind )
23:51 – Harelbeke.?
23:52 – Postduif: Oooh jullie zijn er bijna
00:45 – JC: Parijs!
01:05 – Liefje: Nog aan het fietsen?
01:48 – ikke: Roubaix!! Tukken.
06:59 – ikke: Exit hotel
09:58 – JC: Held! Maar waarom zijn jullie niet om 8u gestart gister? Succes vandaag! (Noot: keuze van de organisatie. De snelsten – met kortere weg – doen het in zo’n 20 uur, die zouden dan midden in de nacht aankomen)
09:58 – paps: Veel succes vandaag! Doe ajb voorzichtig!
10:09 – ikke: Het bos v wal.
10:10 – Postduif: En niet de chicken run nemen he?!!! (Noot: dat is het pad naast de kasseien)
10:26 – ikke: done!!
10:27 – Postduif: Bikkel!!!
11:46 – Liefje: Wow! Succes vandaag!
12:03 – ikke: Earned lunch (Noot: liefje heeft een wielrenshirt met de tekst: “Ride fast, earn lunch”)
13:10 – ikke: nog 178km… Nl-jp? (Noot: Nederland-Japan was vooral voor onze afleiding)
14:15 – Liefje: En, waar zijn jullie nu? Willen de benen en de bibs nog een beetje?
14:32 – JC: Dus je moet nog even. Nl-ja is een inspiratieloze tikkie terug wedstrijd. 1e helft 1 schot op doel! 0-0 dus.
14:54 – ikke: M.o. No.where. Auw!
15:26 – JC: Met de hakken over de sloot 1-0. Zet hem op nog een uurtje of … Ehm 4..5?
17:12 – ikke: nog 82km
17:15 – Skits: Zet hem op! Tot vanavond
17:18 – Liefje: Goed zo! Nog ff doorbikkelen!
17:48 – ikke: Nu in compiegne nog 4u (Noot: batterij bijna leeg, mobiel uit)
20:32 – JC: Ga door, je kunt het. Nog eventjes. Je bent er bijna!
21:19 – Liefje: En? En? En?
22:07 – ikke: binnen! (Noot: kwartiertje binnen: Mobiel even aan)
22:07 – Liefje: Joehoeoeoeoeoeoeeoeh! En hoe voel je je nu? Gefeliciteerd, bikkels!
22:08 – JC: Wow gefeliciteerd! Goed hoor. Nog voor het donker. En nu genieten van de stijve onrustige benen!
22:08 – AW: Held! geniet van parijs en tot maandag.
Wijsheden, wetmatigheden en grote leugens
“Parijs is nog ver (..)”. Deze legendarische woorden, zijn van Joop. Mijnheer Zoetemelk voor niet-intimi. De persoonlijke beleving bij deze uitspraak strookt echter niet altijd met de topografische data: Op het Museumplein was deze uitspraak op I. en mij veel minder van toepassing, dan tijdens onze passage van Harelbeke. Het meest van toepassing was dit wellicht zelfs op ‘slechts’ 230 kilometer van Parijs.
Ook Dorrestijns levensinzichten passeerden geregeld de revue. Zo hadden was daar de kleine wijzing op het motto van zijn zijn twee huwelijksliederen: “Zelfs Christus aan het kruis, had het beter, dan wij hier, zo ver van huis (..)”. Opbeurende was zijn inzicht over menselijk lijden: “Maar, hoe ellendig ik me ook voel, ik beur helemaal op als ik een ambulance hoor. Dan denk ik: er is gelukkig iemand er nog beroerder aan toe dan ik (..)”. En zo is het maar net. Als je maatje enorme zadelpijn heeft, dan ben je blij dat jij minder zadelpijn hebt. Rij je op hangen en wurgen in het wiel, dan denkt de ander: heerlijk, bij mij gaat het zo slecht nog niet.
Eerst werk, dan het meisje
Bij Delft hebben we korte stop gemaakt bij m’n werk. Daar stonden een aantal collega’s aan de kant van de weg om me aan te moedigen. Op dat moment waren we nog fris, maar zeker op de zwaardere momenten keken we met plezier terug op deze korte stop. Jongens bedankt!
De eerste 100 kilometer volgens Gasheer(G)
Met grote dank aan Gastheer(G) gingen die zeer voorspoedig. Hij legde ook e.a. vast op film:
17:12 – ikke: nog 82km
Roubaix
De nacht brachten wij door in Roubaix. Gelukkig deed de portier nog open om kwart voor twee. Na een verkwikkende douche lagen wij er net na tweeën in. We waren in geen tijd weg. De wekker om zes uur was vroeg, maar Parijs was – inderdaad – nog ver. En het Bos wachtte.
Het Bos van Wallers
Onder mijn wielervrienden leeft de gedachte dat ik geen keitjes lust. Het is zeker waar dat ik niet blij wordt van klinkerweggetjes, en allerhande derderangs asfalt en/of plaveisel, maar een écht goede (of dus slechte) kasseistrook is iets anders. Dat is een belevenis, een uitdaging. Geen hinderlijke onderbreking van je tochtje. De strook bij Wallers is dus geweldig om over heen te rijden. Focus, trappen, het stuur zo vrij mogelijk laten lopen, vooral niet vastklemmen, en gaan! En voor je het weet ben je er. Kortom, ik heb genoten. Zelfs met zeven bar in mijn 23 millimeterbandjes. (Wel is mijn zadeltasje er gesneuveld, lekker belangrijk )
Parijs
Parijs liet vervolgens lang, heel lang op zich wachten. Lange rechte wegen, met passerende oto’s. Om gek van te worden. Door Parijs zelf was geweldig. Als waren wij fietscouriers stuurden wij tussen de rijdende en stilstaande obstakels door. Met uiteindelijk de ultime beloning: De Arc de Triomphe, Champs Elysees, de Seine en uiteindelijk het eindstation: De Eifeltoren! Onder dit – opzich overgewaardeerde stuk schroot – werden we opgewacht door de organisatie van Skits. Na 33 uur 45, 595 kilometer, waren we er dan. De organisatie van Skits (onder bezielende leiding van Dionne) wordt hartelijk bedankt voor de inzet die hebben geleid tot dit geweldige evenement. Bedankt!
Nu ben ik nog lang niet jarig, maar op dit moment ervaar ik weer die zelfde spanning, als vroeger. Zo gespannen dat je de dag van te voren niet kan slapen. Wat zal de dag van morgen brengen? Ik had het plan opgevat om vroeg te gaan slapen. De tijd van deze blog verraad dat het niet gelukt is. Straks een nieuwe poging. Als dat maar geen slecht voorteken is…
Soms moeten mensen dingen doen, waarbij ze wel een duwtje in de rug kunnen gebruiken. Als mensen opzoek moeten naar nieuwe werk, op zichzelf gaan wonen, of een vervelend (telefoon)gesprek moeten voeren. Deze uitdrukking die – hoe kan het ook anders – afkomstig is uit de wielersport, is morgen ook op fietsvriend I. en mij van toepassing.
We hebben ons namelijk opgegeven voor de prestatietocht Amsterdam-Parijs: binnen 48 uur, als koppel, via een zelf te bepalen route, van het Museumplein naar de Eifeltoren. Met de volgende motivatie:
Wij zijn Ingmar (oud) en Corniel (ook heel oud). Wij doen dit jaar voor het eerst mee aan deze – mogen wij dat zo zeggen, ja dat mogen wij zo zeggen – gekke onderneming. In een grijs verleden hebben we gestudeerd. Tegenwoordig werken we in de ICT. Ingmar als dozenschuiver, Corniel als codeslaaf. Maar veel liever zitten we op de fiets.
We zijn niet vies van een doldwaze actie op zijn tijd. Als fanatiek tijdrijder is Corniel meervoudig deelnemer en tegenwoordig zelfs mede organisator van de Monstertijdrit. Ingmar staat daar slechts op één deelname want die zoekt het meer in kasseien en onverharde Italiaanse wegen. We hebben beide al best veel leuke fietsprojecten ondernomen maar een avontuur zoals Amsterdam-Parijs ontbrak nog op dat lijstje. Toen bleek dat het mogelijk was om deel te nemen hoefden we dan ook niet lang na te denken. Doen!
Onze route hebben we gepland op 560 kilometer. Nu maar hopen dat we niet verdwalen, we staan namelijk niet bekend om onze navigatie skills.
Als we zaterdag ergens aan het einde van de middag in Parijs staan met een aantal sterke verhalen voor bij de borrel dan zijn we dik tevreden!
Dat duwtje kunnen we zeker gebruiken. I. heeft bedacht dat we het Bos van Wallers ook wel even kunnen aandoen. Gelukkig zijn de weergoden ons goed gezind. Dit is de verwachting voor morgen:
Met dat windje duwtje in de rug zit het dus wel goed…
Ik heb een naam hoog te houden als het gaat om het vergeten van noodzakelijke attributen. Ik vergat al eerder schoenen, een volledige tas met kleding, eten en drinken tijdens een cyclo, een regenjack, en meest recent nog een fietspomp. Vandaag vergat ik mijn snelpak. Nog niet zo onhandig als een heel tas met kleding maar toch extreem hinderlijk als je een stukje wilt gaan fietsen. In spijkerbroek gaat het h’m toch niet worden.
Gelukkig parkeerde vandaag in Bleiswijk Gerjan zijn auto naast mij. Naast een snelpak had hij ook een gewoon setje wieler(toerist)kleding bij zich. Over hoe het me stond waren de meningen verdeeld:
De beer uit Den Haag was zo vriendelijk dit voorval digitaal vast te leggen en met de wereld te delen via twitter. Hopelijk leidt het de aandacht een beetje af van de tijd die ik vandaag reed. Die was zelfs wielertoerist onwaardig.
Het was drukkend warm vanavond. Vooral de luchtvochtigheid droeg bij aan instant zweet op de rug en het voorhoofd. Er stond weinig wind, maar het lag gezien de warmte en vochtigheidsgraad in de verwachting dat er weinig pr’s gereden zouden worden. Het wegdek was nog nat van de buien eerder op de dag.
Over de rit kan ik kort zijn: Goed ingedeeld, pijn geleden (zoals het hoort), goed door de bochten (zeker gezien het natte wegdek), en een mooie klassering. Tiende met 21:12. Dat is mijn snelste tijd dit seizoen. Ik bleef hiermee m’n trainer De Wit één seconde voor. En van de vele Hansen die onze vereniging rijk is moest ik op éénzelfde seconde voor laten. Goed voor plek tien van de tweeëntwintig. Ook al mijn relatief beste klassering dit seizoen. We gaan dus vooruit!
Ja, er stond zelfs een fotograaf langs de kant van de weg…
Ik doe het niet alle dagen. Met m’n karretje aanpikken in het peloton. Sterker nog: het was de vierde keer dit seizoen pas. Vandaag wel. De zon scheen, er stond een frisse matige noordwester, en het parcours lag er mooi bij.
Aangespoord door de Rups werd het een Van-der-Poeltje*. Nu ben ik bekend met dit fenomeen, maar dit was meer een Van-der-Poel. Vanuit Delft – er moest ook nog gewerkt worden natuurlijk – via Leiden naar Nes aan de Amstel, was toch goed voor een dikke zestig kilometer warming-up, en op de terugweg restte nog bijna veertig kilometer cooling-down.
Maar het was het waard. Gebroederlijk met de Rups peddelt door het Groene Hart. Zon op de witte ledematen. Ter plaatse waren de Stormram en de Doove al aanwezig. Laatste behoort tot het A-garnituur en zou ons in koers niet vergezellen.
Nadat de Doove was weggeschoten, schoven de Stormram, de Rups en ondergetekende zich keuring naar voren. En zo kon het gebeuren dat we gedrieën zo ongeveer op de startlijn stonden. Dat deden we in het verleden wel eens minder.
Toen eenmaal voor ons het startsein klonk was het verrassend om te merken dat ik niet in no-time achteraan reed. Voor de wind handhaafde ik me zelfs vrij aardig voor in. De Rups had me op het hart gedrukt bij het fietspad vooraan te zitten. Nou ik ging m’n best doen!
Na dat de Stormram er de beuk aan gaf, was dat handhaven al een stuk minder vanzelfsprekend. Zijlen werden bijgezet, en hier en daar ging een positie verloren. Nadat het volledige peloton de bocht om en op de kant ging, zat ik nog aardig. Zát, totdat – niet veel later – een coureur een poging deed om van zijn fiets een projectiel te maken.
De Rubs en ik konden daar nog redelijk om heen sturen, maar waar de Rubs zijn plekje in de trein wist te heroveren, bleef ik vol in de wind naast de trein rijden. Mijn hartslagmeter werd roder en roder en de staart van het peloton kwam rap in zicht.
Bij het ingaan van de bocht het fietspad op was er een gaatje. De renners voor me moesten passen, en alleen kreeg ik het ook niet meer dicht…
Daar zat ik dan: Nog niet halverwege het eerste van de drie rondjes. Alleen met m’n bakkes vol in de wind achter het peloton aan te rijden. Weemoedig dacht ik aan m’n martelwerktuig. Wellicht dat ik daarmee de gat met het voortdenderende peloton had kunnen dichten. Nu restte mij niets dan een straftraining tot de finish.
vanaf de zijlijn volgde ik de verwikkelingen van m’n maten in hun tweede en derde ronde. Ze handhaafden zich beide keurig. De Doove deed het in het A-peloton vergelijkbaar goed.
Op de weg terug begonnen de benen rond Woubrugge leeg aan te voelen. Het begon een beetje te malen in mijn hoofd. Waar was het mis gegaan? En was dat nu wel zo verstandig geweest, zo’n Van-der-Poeltje? Was die man niet heel vaak overtraind geweest…